FAQ

FAQ


Frequently Asked Question on FAQ

Hoe bereken ik de te activeren premie ingeval van het voeren van extern eigen beheer (Pensioen BV; Holding; Directie pensioen lichaam)?

De premie die betaald dient te worden aan het pensioenlichaam wordt bepaald op basis van marktrente en de vastgestelde open index. Ter controle van het premieniveau dient in de Premievrij module een aanvullende berekening te worden gemaakt. Dit is vastgelegd in het besluit d.d. 3 juli 2008 van het Ministerie van Financiën. De controleberekening wordt gebaseerd op een rekenrente van 4% en een indexatie van 0%. Indien de berekende premie hoger is dan deze premie uit de controleberekening, dient het verschil tussen de twee te worden geactiveerd. Het verschil aan premies dient op de balans van de betalende BV te worden geactiveerd. Na activering wordt de premie niet meer opgerent.

Hoe maak ik een premieberekening in verband met betalingen aan een directie pensioenlichaam (DPL) of holding of Pensioen BV?

In de Opbouwfase module kan voor de bepaling van de koopsom van enig jaar een berekening worden gemaakt per 31 december van dat jaar. Bepaal daarna de aanspraken die in het berekeningsjaar opgebouwd zijn/worden door het verschil te nemen met de opgebouwde aanspraken van het voorafgaande jaar. Voor die opgebouwde aanspraken kan vervolgens in de Premievrij module een koopsom berekend worden. Afhankelijk van de inhoud van de financieringsovereenkomst is de koopsom per 1 januari of per 31 december van een jaar verschuldigd; dat bepaalt dus de berekeningsdatum. Het is voor nieuwe en middelloonregelingen mogelijk de “datum berekening” vast te stellen op 31 december van het jaar van berekening. De “datum indiensttreding” wordt dan vastgesteld op 1-1 van het berekeningsjaar. Hierdoor wordt 1 jaar opbouw van pensioen berekend.

Kan ik met DGA software een commerciële waarderingsberekening maken op basis van RJ Uiting 2014-4

In de praktijk kan het voorkomen dat er 3 verschillende waarderingsmethodes moeten worden toegepast. 1. De fiscale waardering (blijft benodigd voor de aangifte vennootschapsbelasting). 2. Commerciële waardering volgens de RJ: De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft RJ-Uiting 2014-4: ‘Pensioenvoorziening directeuren-grootaandeelhouder’ uitgebracht. Dit in navolging van de op 10 januari 2014 gepubliceerde RJ-Uiting 2014-1 waarop vele uiteenlopende commentaren zijn ontvangen en geëvalueerd en (al dan niet) verwerkt in RJ-Uiting 2014-4. De RJ heeft besloten niet langer toe te staan dat voorzieningen voor pensioenregelingen voor directeuren-grootaandeelhouder (DGA’s) die in-eigen-beheer worden gehouden worden gewaardeerd volgens fiscale grondslagen. Verduidelijkt is dat waardering van de voorziening moet zijn gebaseerd op de ‘beste schatting’ van de per balansdatum opgebouwde pensioenverplichting. Alleen indien de waardering volgens fiscale grondslagen niet materieel afwijkt van deze ‘beste schatting’ kan (als praktische invulling) de voorziening voor dat bedrag worden opgenomen. Benadrukt wordt dat kleine rechtspersonen op grond van art. 2:396 lid 6 BW vrijwillig alle fiscale waarderingsgrondslagen mogen hanteren in de jaarrekening, alsdan zal de pensioenvoorziening eveneens op fiscale grondslagen worden gewaardeerd (zie RJ-bundel bijlage D3). Een wijziging in waarderingsgrondslagen als gevolg van deze gewijzigde RJ-richtlijn betreft een stelselwijziging, waarbij echter de vergelijkende cijfers niet behoeven te worden aangepast. De gewijzigde RJ-richtlijn is van kracht voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2014. Eerdere toepassing wordt aanbevolen. Volgens de Raad voor de Jaarverslaggeving dient de commerciële waarde van de pensioenverplichting als volgt te worden bepaald:
  • Waardering van de per balansdatum opgebouwde pensioenverplichting;
  • Waardering van de opgebouwde aanspraken inclusief onvoorwaardelijk overeengekomen (toekomstige) indexaties van de opgebouwde aanspraken;
  • Voorwaardelijk overeengekomen indexaties (bijv. open indexatie) behoren hier niet toe;
  • Disconteringsvoet (rekenrente): marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties;
  • Meest recente sterftetafels of prognosetafels;
  • Leeftijdsterugstellingen -5 man, -6 vrouw
  • Geen kosten.
RJ waardering toe te passen vanaf boekjaren die aanvangen op of na 01-01-2014 (eerdere toepassing wordt aanbevolen). Fiscale waardering is niet langer toegestaan, tenzij beroep op artikel 2:396 lid 6 BW (gehele jaarrekening fiscaal).

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet waartegen uitgaven contant worden gemaakt, wordt bepaald in overeenstemming met RJ 271.316. De disconteringsvoet vóór belastingen waartegen contant wordt gemaakt, dient de actuele marktrente weer te geven. De marktrente per balansdatum van hoogwaardige ondernemingsobligaties is de meest geëigende invulling van de actuele marktrente. Bij het ontbreken van een liquide markt voor ondernemingsobligaties geldt het rendement op staatsleningen als de meest geëigende invulling. Aangezien een objectieve te raadplegen bron niet (eenvoudig) voorhanden is, heeft het SRA tezamen met aan aantal middelgrote accountantsorganisaties een objectieve norm gevonden om invulling te geven aan de vermelde rente. Deze marktrente wordt bepaald door uit te gaan van de door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde 'zero-couponrente’ voor verzekeraars per balansdatum verhoogd met 1 procent. http://www.dnb.nl/zoeken/index.jsp?search=zero+couponrente# Aangezien de 'zero-couponrente' sterk afhangt van de duur, wordt daarbij de volgende staffel gehanteerd:
Duur Leeftijd DGA
10 > 70 jaar
15 65-70 jaar
20 55-65 jaar
30 < 55 jaar
In onderstaande tabel kunt u de marktrente aflezen:
  Gemiddelde resterende looptijd van pensioenaanspraken Disconteringsvoet
  31 december 2014   31 december 2013
10 jaar 1,8 3,2
15 jaar 2,2 3,7
20 jaar 2,4 3,8
30 jaar 2,9 4,0
Indien u de commerciële pensioenverplichting conform RJ-richtlijn wilt waarderen, dan kunt u het betreffende rentepercentage invoeren bij de Marktwaardegrondslagen in de Opbouwfasemodule en/of in de Premievrij module. Het is belangrijk om in uw dossier een onderbouwing van de toegepaste rente vast te leggen. Let op: De RJ-methode kan niet worden gebruikt voor het al dan niet uitkeren van dividend. Voor de dividendtoets dient de CAP-methode toegepast te worden. 3. Commerciële waardering t.b.v. Dividendtoets Volgens het Centraal Aanspreekpunt van de Belastingdienst dient de commerciële waarde dan als volgt te worden bepaald:
  • Waardering van de tijdsevenredig opgebouwde aanspraken;
  • Waardering inclusief onvoorwaardelijk en voorwaardelijk overeengekomen (toekomstige) indexaties;
  • Disconteringsvoet (rekenrente): U-rendement op berekeningsdatum + 0,5% opslag;
  • Meest recente sterftestafels, met leeftijdsterugstelling -5/-6;
  • Kosten 5% met een maximum van € 20.000,--.
Deze waardering is conform de grondslagen zoals weergegeven in het Vraag&Antwoord 13-006 d.d. 27 november 2013, waarbij de grondslagen voor overdracht zijn gegeven door de Belastingdienst.

Eindloonberekeningen met salarishistorie

Indien u oude eindloonberekeningen inleest waar in het verleden hogere salarissen van toepassing waren en waarbij een salarishistorie was ingevuld, dan werd er bij elk opgevoerd salaris gerekend met de franchise die in de betreffende salarisperiode van toepassing was. Inmiddels heeft de fiscus zich op het standpunt gesteld mede n.a.v. een uitspraak van het Hof Amsterdam op 20-9-2012 dat over de gehele diensttijd gerekend dient te worden met de laatste pensioengrondslag en dus ook met de franchise die in het berekeningsjaar van toepassing is. Wij hebben onze berekeningen hieraan aangepast. Dit zal er in veel gevallen toe leiden dat de aanspraken en voorziening bij bestaande eindloonberekeningen met een salarishistorie wat lager uitvalt.

Waar worden de berekeningsdossiers opgeslagen?

DGA Software is volledig webbased. Dit betekent dat u zelf de software niet op uw computer installeerd, maar van de software gebruik maakt middels een webbrowser. De door u opgeslagen klant- en berekeningsgegevens worden bewaard op uiterst beveiligde dedicated servers van DSG. Deze draaien op een ultra modern datacenter te Alblasserdam. De berekeningsrapporten (in Word of pfd) slaat u op uw eigen computer op. Dit filmpje http://youtu.be/iknG7RyCKu8 geeft u een zeer goede indruk hoe uw data is opgeslagen en wordt beveilgd.

Hoe kan ik een berekening opslaan?

Indien u direct een berekeningsmodule opent en gegevens in gaat voeren, dan ontbreekt de “Opslaan” knop in de menubalk. Voeg eerst de klantgegevens toe indien de klant waarvoor u de berekening moet maken nog niet iets toegevoegd aan de klantgegevens. Kies hiervoor de button “Klant” op de homepage en sla de klantgegevens op. Als u vervolgens naar de module gaat waarin u de berekening wilt maken, ziet u bovenaan in het tabblad Algemene gegevens “Kies klant” staan. Klik op het pulldown pijltje en kies de klant die u zojuist heeft aangemaakt. U kunt ook de 3 eerste letters van de achternaam ingeven. Vervolgens worden alle n.a.w. velden automatisch ingevuld en ziet u in de balk onder de tabbladen de knop “Opslaan” verschijnen.

Ik gebruik Internet Explorer, maar de software is erg traag

De webbased software van DSG is ontwikkelt met gebruikmaking van ultra moderne internet technologie. De software is dan ook geoptimaliseerd voor gebruik via de meest recente browserversies. (Internet Explorer, Mozilla Firefox, Google Chrome, Safari). Indien u gebruik maakt van een verouderde versie van Internet Explorer, bijvoorbeeld Internet Explorer 8 of ouder, dan kan dit leiden tot een performance probleem (vertragingen bij het laden van de webpagina´s) van de software. Wij adviseren u om altijd de meest recente Internet Explorer versie te installeren, waarmee de werking van de software optimaal zal zijn. Indien u deze niet kunt installeren, omdat u nog gebruik maakt van een ouder besturingssysteem, raden wij aan een andere browser (Google Chrome of Mozilla Firefox) te gebruiken. Zorgt u tevens voor een up-to-date versie van Java script.

Waar kan ik het jaarsalaris opgeven?

Het invoerveld voor het fulltime jaarsalaris treft u in de Opbouwfase module aan op het tabblad "Gegevens dienstverband". Indien de optie "Historie" staat aangevinkt, dan is het veld jaarsalaris niet zichtbaar. Om dit veld zichtbaar te maken, dient u in het tabblad "Gegevens dienstverband" de Historie uit te vinken.

Hoe maak ik in het programma de zgn. Witteveen en/of VPL-knip?

Een uitgebreide beschrijving hoe in het programma wordt omgegaan met knipberekeningen treft u in deze handleiding aan. Onderstaand wordt in het kort aangegeven hoe u gemakkelijk de gewenste berekeningsknippen kunt maken. Allereerst is het noodzakelijk dat u een klant aanmaakt, alle verplichte klantgegevens invult en opslaat. De knipberekeningen kunnen alleen worden gemaakt als ze ook daadwerkelijk bij een klant kunnen worden opgeslagen. Vervolgens opent u vanaf de homepage de Opbouwfasemodule, en selecteert in het 1e tabblad in het eerste veld de betreffende klant. Vervolgens geeft u een naam aan de berekening (bijvoorbeeld Eigen Beheer 2012), vult een berekeningsdatum in (bijvoorbeeld 31-12-2012), en de geboortedata. In het tabblad Gegevens dienstverband voert u de datum in dienst in, de datum aanvang pensioenopbouw en het jaarsalaris. Indien er in het verleden afwijkende salarissen zijn geweest, kunt u de salarishistorie gebruiken. In het tabblad Gegevens pensioenopbouw past u het Opbouwpercentage aan naar 2,33%, kiest u bij franchise voor VoorOorts 8/7 ongehuwd en zet u de pensioenleeftijd op 60. In de menubalk onder de tabbladen verschijnt nu de button Invoer Witteveenknip. U kiest een rapport (bijvoorbeeld in PDF) en het invoerscherm Witteveenknip verschijnt. Na het invoeren van de velden klikt u op Opslaan. De Knipberekening is nu opgeslagen bij betreffende klant en het excedent is als aanspraak toegevoegd in het tabblad Extra aanspraken. In menubalk is nu de button VPL knip verschenen. Via deze button kiest u een rapport en het invoerscherm VPL knip verschijnt. Nadat u de betreffende knipoptie heeft gekozen slaat u de berekening op. De VPL knip berekening is nu opgeslagen bij betreffende klant en het excedent is als aanspraak toegevoegd in het tabblad Extra aanspraken. Vervolgens kunt u de berekening opslaan als bijvoorbeeld Eigen Beheer 2012. Verkorte handleiding met schermvoorbeelden
Categorie: Toezegging / aanspraak

Welk deel van het gelijkblijvend risicokapitaal dient er verzekerd te worden en welk deel lineair dalend (eventueel zonder rekening te houden met een reeds aanwezige reserve)?

Veelal zal een DGA namelijk nog geen Ouderdomspensioen opbouwen, maar wordt er wel een Partnerpensioen toegezegd dat moet worden afgedekt. Antwoord: In de Opbouwfasemodule kunt u in het tabblad Gegevens Pensioenopbouw aangeven, of er in het rapport een overzicht moet worden opgenomen van het verloop van de aanspraken en voorzieningen. (Zie voorbeeld rapport). In het hoofdstuk "Verloop aanspraken/voorziening" staat in de kolom "resterend risicokapitaal" het bedrag waar de voorziening al van is afgetrokken (vandaar "resterend"). Indien het totale risicokapitaal gewenst is, dient de voorziening er weer bij opgeteld te worden (deze vindt u terug in de tabel in de eerste kolom met cijfers). Dus in het eerste jaar is de totale voorziening € 270.249 en het resterende risicokapitaal € 991.474. Samen vormt dat een totaal risicokapitaal van € 1.261.723. Dat bedrag komt uiteraard voor het eerste jaar weer overeen met het bedrag dat in het hoofdstuk "Risicokapitaal nabestaandenpensioen" staat vermeld. Het gelijkblijvende risicokapitaal is het kapitaal dat op de einddatum (vaak de pensioendatum) nog verzekerd moet zijn. Dus in dit geval € 25.146 (of € 806.215 + € 25.146 = € 831.361 als er geen rekening gehouden wordt met een opgebouwde voorziening). Het lineair dalende kapitaal wordt benaderd met er op de berekeningsdatum méér benodigd is dan dat. Dus in dit geval € 991.474 - € 25.146 = € 966.328 (of € 1.261.723 - € 831.361 = € 430.362 als er geen rekening gehouden wordt met een opgebouwde voorziening). Merk op dat de constructie met een lineair dalend kapitaal en een gelijkblijvend kapitaal slechts een (normaal gesproken vrij goede) benadering vormt van het werkelijke verloop van het risicokapitaal, dat vaak niet precies lineair in de tijd verloopt. Rekenvoorbeeld

Waardering pensioen DGA

Duidelijkheid over waardering pensioen DGA Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft een besluit uitgebracht waarin hij diverse waarderingsaspecten van pensioenen en lijfrenten van onder andere de directeur-grootaandeelhouder (dga) uitlegt. De oude besluiten over dit onderwerp moesten namelijk aangepast worden aan de huidige jurisprudentie. In het besluit behandelt De Jager onder andere de waardering van pensioen-verplichtingen in eigen beheer. Als u pensioen in eigen beheer opbouwt, moet u - volgens goed koopmansgebruik - bij de waardering voor de jaarwinstbepaling gebruikmaken van de geldende marktrente voor langlo­pende leningen en de gebruikelijke overlevingstafels op het moment dat u de verplichtingen aanging. Als de pensioenverplichtingen stijgen door een verzwaring van de grondslagen, mag u van de staatssecretaris hoger waarderen. Bij een verlichting van de grondslagen moet u de verplichtingen juist weer lager waarderen. Maar de waarde mag dan niet lager worden dan de waarde volgens de oorspronkelijke grondslagen. Indexatie Heeft u uw pensioen ondergebracht bij een pensioenfonds of -verzekeraar, dan wordt bij de waardering van de pensioenverplichting gekozen uit de hoogste van twee waarden: » de waarde berekend op basis van de grondslagen op het moment van het sluiten van de overeenkomst; óf » de waarde berekend op basis van de grondslagen per balansdatum. Alleen de fluctuaties in de grondslagen die toe te rekenen zijn aan de periode na het sluiten van de premieovereen­komst of de ontvangst van de koopsom zijn relevant voor de waardering van de pensioenverplichtingen. De staatssecretaris besprak in het besluit ook de overdrachtsprijs van pensioenverplichtingen met een open indexatie. Er is sprake van een open indexatie als in een pensioenregeling is toegezegd dat ingegane pensioenen en de opgebouwde rechten vóór de pensioendatum zoveel mogelijk worden aangepast aan de loon- of prijsontwikkeling. De Jager keurt goed dat voor de waardering van zo'n pensioenrecht wordt uitgegaan van een vaste indexatie van 2% per jaar. Deze waarderingsmethode moet dan wel als vaste lijn worden aangehouden. Dit besluit is op 16 juli in wer­king getreden, maar heeft terugwer­kende kracht tot en met 3 juli 2008. Klik hier om het volledige DGA Besluit te downloaden. Indien u beschikt over FiscaalTotaal van ReedBusiness klik dan hier.
Categorie: Waardering

Welke flexibiliseringsvolgorde wordt gehanteerd binnen de Adviesmodule?

We hanteren de volgorde zoals die op het scherm staat, dus eerst uitruilen, dan vervroegen, dan bandbreedte.
Categorie: Waardering

Prijsindex/loonindex

Waar vind ik de prijsindex/loonindex? Via het CBS:
Categorie: Waardering

Koopsomstorting wijkt af van berekende reserve

Ik heb een storting ingevoerd voor de aankoop van een pensioen, maar de voor dat pensioen berekende reserve wijkt af, hoe kan dat? Bij een fiscale berekening wordt de reserve waarschijnlijk op andere grondslagen berekend dan die gebruikt zijn voor het omrekenen van de storting. Dat laatste gebeurt namelijk met de rekenrente marktwaarde terwijl de fiscale reserve wordt berekend met de rekenrente eigen beheer. Bij het marktwaarde overzicht kan de reserve een fractie afwijken doordat het uit de storting aan te kopen pensioen wordt afgerond op hele euro’s.
Categorie: Waardering

Bij een middelloon regeling voor-indexatie toepassen?

Door in het tabblad Gegevens pensioenopbouw te kiezen voor Middelloon, verschijnt automatisch een keuze voor het opvoeren van indexaties. Indien u hier Ja kiest krijgt u een Historie button in uw scherm alwaar u de gewenste indexatie percentages in kunt geven.
Categorie: Waardering

Berekening tijdsevenredige aanspraak

Bij ´in te bouwen aanspraken´ in de Opbouwfasemodule dient naast het ouderdomspensioen op pensioendatum, voor een juiste berekening een bedrag in ingevoerd te worden bij opgebouwd pensioen. Indien deze tijdsevenredige aanspraak niet bekend is, hoe kan ik die dan berekenen? De tijdsevenredige aanspraak staat in het UPO dat de DGA van de betreffende uitvoerder jaarlijks dient te ontvangen. (tenzij het premievrij is maar dan is het opgebouwde pensioen gelijk aan het pensioen op pensioendatum). Bij gebrek aan een UPO moet je anders zelf in het rapport kijken hoeveel diensttijd verstreken is, via een berekening met DGA Software. Merk op dat de pensioendatum en de indiensttredingsdatum van de elders verzekerde regeling kunnen afwijken van die van de regeling in eigen beheer.
Categorie: Waardering

Berekeningsdatum vóór 1-1-2006?

Invoerdata voor 2006 als berekeningsdatum zijn niet mogelijk. Het programma gaat ervan uit dat bv pre-VPL-berekeningen of pre-Witteveen berekeningen inmiddels reeds zijn afgerond, evenals je nog verder in de tijd teruggaat, van voor de belastinghervorming van 2001 (daarvan zitten ook geen cijfers in het programma).
Categorie: Waardering

Welk deel van het gelijkblijvend risicokapitaal dient er verzekerd te worden en welk deel lineair dalend (eventueel zonder rekening te houden met een reeds aanwezige reserve)?

Veelal zal een DGA namelijk nog geen Ouderdomspensioen opbouwen, maar wordt er wel een Partnerpensioen toegezegd dat moet worden afgedekt. Antwoord In de Opbouwfasemodule kunt u in het tabblad Gegevens Pensioenopbouw aangeven, of er in het rapport een overzicht moet worden opgenomen van het verloop van de aanspraken en voorzieningen. (Zie voorbeeld rapport). In het hoofdstuk "Verloop aanspraken/voorziening" staat in de kolom "resterend risicokapitaal" het bedrag waar de voorziening al van is afgetrokken (vandaar "resterend"). Indien het totale risicokapitaal gewenst is, dient de voorziening er weer bij opgeteld te worden (deze vindt u terug in de tabel in de eerste kolom met cijfers). Dus in het eerste jaar is de totale voorziening € 270.249 en het resterende risicokapitaal € 991.474. Samen vormt dat een totaal risicokapitaal van € 1.261.723. Dat bedrag komt uiteraard voor het eerste jaar weer overeen met het bedrag dat in het hoofdstuk "Risicokapitaal nabestaandenpensioen" staat vermeld. Het gelijkblijvende risicokapitaal is het kapitaal dat op de einddatum (vaak de pensioendatum) nog verzekerd moet zijn. Dus in dit geval € 25.146 (of € 806.215 + € 25.146 = € 831.361 als er geen rekening gehouden wordt met een opgebouwde voorziening). Het lineair dalende kapitaal wordt benaderd met er op de berekeningsdatum méér benodigd is dan dat. Dus in dit geval € 991.474 - € 25.146 = € 966.328 (of € 1.261.723 - € 831.361 = € 430.362 als er geen rekening gehouden wordt met een opgebouwde voorziening). Merk op dat de constructie met een lineair dalend kapitaal en een gelijkblijvend kapitaal slechts een (normaal gesproken vrij goede) benadering vormt van het werkelijke verloop van het risicokapitaal, dat vaak niet precies lineair in de tijd verloopt.
Categorie: Verzekeren

Kapitaalverzekering bij leven met restitutie

Hoe verwerk ik een kapitaalverzekering bij leven met restitutie? Vul de betaalde premies in als verzekerd kapitaal bij overlijden.
Categorie: Verzekeren

Wijziging parttimepercentage

Hoe moet worden omgegaan met een wijziging in het parttime-%? Indien u in het tabblad Gegevens dienstverband de Historie op Ja zet, heeft u de mogelijkheid per jaar een salaris en parttime percentage op te geven. Het voordeel hiervan is dat het programma dan automatisch de bijbehorende franchises kiest en het gewogen parttime percentage bepaalt. Indien u niet kiest voor het opvoeren van Historie, kunt u in het Gegevens dienstverband scherm het huidige parttime-% invullen, en in het scherm voor de pensioenregeling het gewogen parttime- % aanpassen. Dit laatste is alleen nodig in het geval van een eindloonregeling (daarom staat het op het scherm met de gegevens van de pensioenregeling). Het nieuwe gewogen parttime-% is te bepalen met de vergelijking: Opgebouwde full-time dienstjaren = verstreken diensttijd * gewogen parttime-% Dus: Gewogen parttime-% = Opgebouwde full-time dienstjaren / verstreken diensttijd Met opgebouwde full-time dienstjaren wordt bedoeld de diensttijd die meetelt voor de berekening van de hoogte van het opgebouwde pensioen. Bijvoorbeeld een jaar lang 70% werken levert een diensttijd op van 0.7 dienstjaar. Als in het jaar daarna 50% gewerkt wordt, dan wordt de opgebouwde full-time diensttijd 1,2 dienstjaar in 2 werkelijke jaren. Het gewogen parttime-% wordt dan dus 1,2/2 = 60%. A ls het jaar daarna 90% gewerkt wordt dan wordt de opgebouwde full-time dienstjaren in totaal 1,2+0,9=2,1 na 3 werkelijke jaren. Het gewogen parttime-% is dan dus 2,1/3 = 70%. Alle doorgebrachte diensttijd wordt op die manier verwerkt.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Variabele looncomponenten

Hoe moet ik variabele looncomponenten invoeren? U kunt het hierover opgebouwde middelloonpensioen invoeren als extra aanspraak, in het scherm voor extra aanspraken. Als bij een klant in een bepaald jaar een éénmalige beloning of een niet vaste jaarlijkse tantième wordt genoten kan bij een eindloonregeling niet met die variabele beloningen rekening worden gehouden. Wel mag over die genoemde variabele beloningen het middelloonstelsel worden toegepast. Dus over het vaste salaris op berekeningsdatum de eindloonregeling toepassen en als extra aanspraak 2% over de variabele beloning in het scherm voor extra aanspraken als extra aanspraak opnemen.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Overbruggingspensioen

Ik zie geen invoer voor een overbruggingspensioen. Hoe voer ik dat in? Zet eerst de pensioenleeftijd op een leeftijd kleiner dan 65 jaar. Dan verschijnen velden waarin u de gegevens voor het overbruggingspensioen kunt invoeren.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Gecombineerde regeling: een eindloonregeling en een excedentmiddelloon.

Mijn klant heeft een gecombineerde regeling: een eindloonregeling en een excedentregeling die middelloon is. Hoe vul ik dat in? Als het salaris onder de salarisgrens voor de eindloonregeling ligt dan vult u eenvoudigweg het werkelijke salaris in en kunt u de berekening zonder meer maken. Als het salaris boven de salarisgrens ligt dan vult u de salarisgrens voor de eindloonregeling in als salaris. Vul tevens het ultimo jaar opgebouwde middelloon in als extra aanspraak in het scherm voor extra aanspraken. Pas eventueel in de uitvoer handmatig de factor A aan. Deze houdt dan namelijk alleen rekening met het eindloon. De werkelijke factor A kan berekend worden door een nieuwe berekening te maken met het werkelijke salaris. Als bij een klant in een bepaald jaar een éénmalige beloning of een niet vast jaarlijkse tantième wordt genoten kan bij een eindloonregeling niet met die variabele beloningen rekening worden gehouden. Wel mag over die genoemde variabele beloningen het middelloonstelstel worden toegepast. Dus over het vaste salaris op berekeningsdatum de eindloonregeling toepassen en als extra aanspraak 2% over de variabele beloning in het scherm voor extra aanspraken als extra aanspraak opnemen.
Categorie: Toezegging / aanspraak

VPL excedent indexeren

Kan ik het vpl-excedent indexeren? U kunt ervoor kiezen om in het tabblad Extra aanspraken Het VPL excedent een vast percentage aan indexatie te geven. Zowel vóór- als na pensioendatum. Tevens is het mogelijk om een indexatiehistorie separaat voor elke extra aanspraak op te geven, zodat u zelf bepaalt in welk jaar u een bepaald percentage voorindexatie wilt toepassen.
Categorie: Toezegging / aanspraak

In te bouwen kapitalen

Dien ik altijd rekening te houden met elders verzekerde kapitalen voor een pensioenberekening eigen beheer? U hoeft alleen rekening te houden met het verzekerd kapitaal waarvan de premies door de BV zijn betaald en waarvan het kapitaal bestemd is om uitsluitend een pensioen aan te kopen. U hoeft dus geen rekening te houden met lijfrenteuitkeringen. Wel kan de lijfrenteaftrek worden beïnvloed door de pensioen opbouw. Immers de jaarruimte, is de lijfrenteaftrek die verminderd moet worden met 7,5 x de aangroei van de pensioenaanspraak. Let op: Bij inbouw van een elders verzekerd kapitaal vindt omrekening van kapitaal naar pensioen plaats op basis van de ingevulde marktwaardegrondslagen voor de marktwaardeberekening en op basis van de rekenrente eigen beheer indien er sprake is van een fiscale berekening. U dient dus de leeftijdsterugstellingen bij de Marktwaardegrondslagen in het tabblad actuarieel op 0 te zetten.
Categorie: Toezegging / aanspraak

In te bouwen elders opgebouwde aanspraken (BPF/BPR)

Dien ik bij een pensioenberekening eigen beheer in de opbouwfase rekening te houden met alle elders opgebouwde pensioenaanspraken? U hoeft alleen rekening te houden met opgebouwde pensioenaanspraken die ontstaan zijn binnen het zelfde dienstverband. Dit kan bijvoorbeeld een collectieve pensioenregeling zijn of een Bedrijfs (BPF) of Beroeps (BPR) pensioenregeling. De DGA ontvangt jaarlijks een UPO van de pensioenuitvoerder of verzekeraar waaruit deze informatie kan worden afgeleid. Opgebouwde aanspraken uit eerdere dienstbetrekkingen hoeven niet te worden opgegeven. Als de opgaaf van de DGA ook pensioen uit een dienstbetrekking van voor datum indiensttreding bij de BV zit inbegrepen, dan dient dit stuk niet te worden ingebouwd. Aan het pensioenfonds moet dan gevraagd worden hoeveel het pensioen zou zijn als de opbouw eerst geschied vanaf datum indiensttreding in de BV.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Inbouw extra aanspraken (VPL/Witteveen e.d.)

Inbouw van extra aanspraken zoals VPL-knip / Witteveenknip e.d. Inbouw van deze extra aanspraken kan eenvoudig via het vijfde tabblad "extra aanspraken" binnen het programma. Het is zelfs mogelijke meerdere verschillende van dit soort aanspraken tegelijkertijd in te bouwen.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Welke AOW-inbouw moet plaatsvinden?

De in te bouwen AOW-uitkering in een pensioen dat geheel of gedeeltelijk in eigen beheer wordt gehouden, moet op grond van het bepaalde in artikel 10c, aanhef en onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting ten minste worden gesteld op de AOW-uitkering voor een ongehuwde, vermeerderd met de vakantie-uitkering. Alhoewel pensioenregelingen in CAO’s thans veelal als franchise 70% van het AOW-pensioen van gehuwden kennen, oordeelt de Rechtbank het voorschrift van artikel 10c toch bindend. In de notitie Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder (Brief Staatssecretaris van Financiën van 29 april 2009, DB2009/210 U, gepubliceerd in V-N 2009/24.6) valt namelijk het volgende te lezen: " Met betrekking tot het pensioen in eigen beheer van de dga wordt als knelpunt genoemd dat voor dga's een nadeliger AOW-franchise geldt waardoor de pensioengrondslag wordt beperkt. Bij opbouw in eigen beheer moet worden uitgegaan van een uitkering van een ongehuwde plus vakantietoeslag, terwijl in andere situaties mag worden aangesloten bij de lagere franchise voor gehuwden met vakantietoeslag. Hiermee wordt echter slechts één aspect belicht. De dga kan allereerst volgens dezelfde regels als gewone werknemers een fiscaal gefacilieerd pensioen opbouwen bij een pensioenfonds of verzekeraar. De dga heeft daarnaast de mogelijkheid het pensioen in eigen beheer te houden. Dit voordeel van pensioenopbouw in eigen beheer is wel aan bepaalde voorwaarden verbonden omdat de pensioenaanspraak niet mag uitgaan boven hetgeen in collectieve regelingen gangbaar is. De mogelijkheid tot opbouw in eigen beheer bevat naast een wellicht nadeliger AOW-inbouw ook elementen die bij eigenbeheer situaties nog wel voorkomen, maar bij pensioenen van gewone werknemers niet of nauwelijks meer gebruikelijk zijn, in bijzonder toepassing van het eindloonstelsel. Bijna alle werknemers vallen inmiddels onder het middelloonstelsel. Over het geheel genomen pakt de gangbaarheidstoets voor pensioenopbouw in eigen beheer redelijk uit." . Uit dit citaat leidt de Rechtbank af dat de Staatssecretaris in zijn hoedanigheid van (mede)wetgever het standpunt heeft ingenomen dat onverkort aan alle in het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting vermelde criteria moet worden getoetst of een regeling een pensioenregeling is, ondanks dat één van die criteria op zichzelf beschouwd kennelijk niet meer gangbaar is. Dit standpunt is niet onjuist, aldus de Rechtbank. (AWB09/4415LB) (12-05-2010) Het voorschrift dat een dga-pensioen een franchise moet bevatten van 70% van het AOW-pensioen van ongehuwden is bindend.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Opbouwpercentage voor of na Witteveen

Maakt het verschil als er ander opbouwpercentage is gehanteerd in de periode voor Witteveen of erna? Het maximale opbouwpercentage vanaf het Witteveen regime bedraagt 2% bij een eindloonregeling en 2,25% bij een middelloonregeling. Het is niet van belang wat het opbouwpercentage in de periode voor Witteveen is geweest.
Categorie: Toezegging / aanspraak

Wat dient er te gebeuren nadat ik een CasCon berekening heb gemaakt?

Er dient een Pensioenstichting opgericht te worden; De volgende stukken moeten worden opgesteld: • Verzekeringsovereenkomst • Verzekeringsbewijs inclusief premiebepaling • Voorwaarden van verzekering Indien ondersteuning gewenst is ten aanzien van bovenstaande zaken, evenals eventueel advies met betrekking tot uw totale pensioenpositie, dan kan u dat worden geboden door de bedenker van de CasCon Premie Contraverzekering namelijk de heer A(rie) van Caspel www.vancaspelpensioenadvies.nl.
Categorie: Fiscaal

Welke berekening kan ik maken met de CasCon module?

De CasCon PremieContraverzekering voorziet in een uitkering bij overlijden van de langstlevende van de verzekerde personen vóór einddatum aan de begunstigden. De verzekering wordt gesloten ter zekerstelling van het in eigen beheer opgebouwde pensioenkapitaal aan de erfgenamen. Wanneer deze verzekering wordt gesloten en de premiebetaling plaatsvindt aan een Pensioenstichting, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van erfbelasting. De CasCon module berekent perfect de benodigde premie en het verloop van de uitkering. De hoogte van de uitkering kent een lineair dalend verloop, eventueel voorafgegaan aan een lineaire stijging. Als verzekeringnemers en begunstigden gelden de kinderen van de verzekerde(n), ieder voor een gelijk deel van de premie.
Categorie: Fiscaal

Hoe gaat het programma om met salarisverlagingen bij een eindloonregeling?

Gebruikelijk loon en eindloonregeling. Als het pensioengevend loon in een bepaald jaar aanzienlijke lager is dan het gebruikelijke loon, kan dat jaar niet meetellen als een vol dienstjaar en als het salaris nihil is kan dat jaar geheel niet meetellen als een vol dienstjaar indien later het salaris weer op tot het gebruikelijk niveau wordt verhoogd, zie artikel 19 van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gebruikelijk loon is het loon van een directeur die een aanmerkelijk belang (tenminste 5% aandelen ) bezit in de BV waarin hij werkzaamheden verricht. Dit loon mag niet lager bedragen dan € 40.000 of indien dit meer is, niet in belangrijke mate mag afwijken van hetgeen de directeur elders zou kunnen verdienen bij een normale dienstbetrekking waar een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Maar dit mag ook weer niet minder zijn dan de meest verdienende werknemer in de BV. Zie artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Fiscaal betekent dit dat de directeur niet minder mag verdienen dan 70% van hetgeen hij elders zou kunnen verdienen, maar als er een naast de directeur een andere werknemer aanwezig in de BV waar hij een aanmerkelijk belang heeft, die meer verdient dan die genoemde 70%, de directeur het salaris moet genieten van die werknemer. Voorbeeld. Een directeur aandeelhouder van BV X verdient in jaar T € 50.000 per jaar. Elders zou hij € 100.000 kunnen verdienen. De meest verdienende werknemer in BV X naast de directeur aandeelhouder, verdient € 65.000 per jaar. Het gebruikelijke loon van de directeur wordt dan gesteld op 70% van € 100.000 is € 70.000. Als in jaar T +1 het salaris € 50.000 blijft en het salaris in jaar T + 2 verhoogd wordt naar € 70.000 tellen alle jaren met een salaris van € 50.000 gewoon volledig mee als vol dienstjaar. Het salaris is namelijk niet aanzienlijk lager dan gebruikelijk. Aanzienlijk lager is tenminste 30% lager. Was het salaris in jaar T + 1 € 35.000 geweest en in het jaar T + 2 het salaris wordt verhoogd tot bij voorbeeld € 70.000 dan telt het jaar T + 1 slechts voor een half dienstjaar mee.
Categorie: Fiscaal

Hoe gaat het programma om met salarisverlagingen bij een eindloonregeling?

Bij een eindloonregeling wordt het pensioen afgeleid van het laatst verdiend salaris (pensioengrondslag=salaris - franchise). Bij een salarisverlaging in een bepaald jaar ten opzichte van het voorgaande jaar zou dit betekenen dat het pensioen in het jaar dat het salaris is verminderd een lager bedrag aangeeft dan het voorgaande jaar. Omdat ook in de standaard pensioenbrieven is opgenomen dat opgebouwde pensioenrechten bij een salarisverlaging gehandhaafd blijven, zal dus bij de berekening van de voorziening van het pensioen in het jaar dat het salaris is verlaagd, met het gelijk blijven van opgebouwde rekening worden gehouden.
Categorie: Fiscaal

Wat is de minimale looptijd voor een periodieke stamrecht en lijfrenteuitkering op grond van het 1%-sterftekanscriterium?

Eén van de fiscale voorwaarden waaraan de periodieke uitkering uit het stamrecht dient te voldoen is het zogenaamde 1% sterftecriterium.Dit houdt in dat er statistisch gezien een kans van 1% moet zijn dat u gedurende de looptijd van de uitkering (onverhoopt) komt te overlijden. In de tabel kunt u per leeftijd precies zien wat aldus de minimale looptijd van de uitkeringen is op grond van het 1% sterftekanscriterium. Sterftetafel GBM/V 2005 - 2010

LEEFTIJD

MANNEN
minimale looptijd

VROUWEN
minimale looptijd

jaren

maanden

jaren

maanden

25 jaar

26 jaar

27 jaar

28 jaar

29 jaar

30 jaar

31 jaar

32 jaar

33 jaar

34 jaar

35 jaar

36 jaar

37 jaar

38 jaar

39 jaar

40 jaar

41 jaar

42 jaar

43 jaar

44 jaar

45 jaar

46 jaar

47 jaar

48 jaar

49 jaar

50 jaar

51 jaar

52 jaar

53 jaar

54 jaar

55 jaar

56 jaar

57 jaar

58 jaar

59 jaar

60 jaar

61 jaar

62 jaar

63 jaar

64 jaar

65 jaar

66 jaar

67 jaar

68 jaar

69 jaar

70 jaar

15

14

14

13

13

12

11

11

10

10

9

9

8

8

7

7

6

6

5

5

4

4

3

3

3

3

2

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

5

10

3

8

1

6

11

4

9

3

8

1

6

0

6

0

6

1

7

2

8

3

11

7

3

0

9

6

3

1

11

9

7

5

4

3

1

0

11

10

9

8

8

7

6
6

19

18

17

16

15

15

14

13

12

12

11

10

10

9

8

8

7

6

6

5

5

5

4

4

3

3

3

3

2

2

2

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

1

3

6

8

10

1

4

7

10

1

5

8

0

4

9

1

6

11

5

11

5

0

7

3

11

7

4

1

11

9

7

4

2

1

11

9

8

6

5

4

3

2

1

10

11

10


Categorie: Fiscaal

Dien ik rekening te houden met een TOP bij een BPF, en hoe kan ik dat inbouwen?

Indien er voor de DGA in eigen beheer, binnen hetzelfde dienstverband ook een TOP is opgebouwd bij een BPF, waarvoor de premie door de BV wordt betaald, dan dient het TOP bij een BPF ook ingebouwd te worden. Aangezien er bij “In te bouwen aanspraken” geen tijdelijke aanspraken kunnen worden opgegeven, kunt u de aanspraak met behulp van de Premievrij module eerst omrekenen naar een levenslange aanspraak op pensioenleeftijd die voor eigen beheer geldt. Deze aanspraak kan vervolgens bij In te bouwen aanspraken worden opgegeven.
Categorie: Fiscaal

Kan ik met de premievrijmodule ook lijfrenteverplichtingen waarderen?

Antwoord: ja, als de hoogte van de uitkering vaststaat dan in de premievrije module die uitkering invullen, de rekenrente op de marktrente stellen en een leeftijdscorrectie nemen van M-5/Vr-6.
Categorie: Fiscaal

Verwerking kostenopslag bij oprichting van een stamrecht-BV in winst?

De kostenopslag hoeft niet in 1 keer tot de winst te worden berekend, maar het mag wel. De werkelijke kosten kunnen dus in 1 keer worden afgetrokken, of er kan voor worden gekozen om deze in een aantal jaren te laten vrijvallen.
Categorie: Fiscaal

Hoe maak ik een stamrecht berekening?

Doorgaans gaat bij een stamrechtberekening om een lijfrente of andere periodieke uitkering die bedongen is bij de BV voor de stakingswinst en/of alleen de FOR of voor een gouden handdruk. Het gaat dan om: - een directe uitkering, of - een uitgestelde uitkering, of - een gerichte lijfrente. Voor een directe uitkering kan het programma worden gebruikt door bij de module waardering van premievrije- en stamrechtuitkeringen in de rubriek ”Omrekenen storting naar uitkering” het kapitaal in te vullen, bij leeftijd de leeftijd op ingangsdatum, bij kosten 5% in te vullen, bij rekenrente marktwaarde berekening in te vullen de marktrente (U-rendement + 0,5%) gedurende de volledige looptijd en bij leeftijdsterugstellingen te nemen M-5/Vr-6 . Het programma rekent dan de hoogte van de direct ingaande uitkering uit. Voor een uitgestelde uitkering kan dezelfde module als bij directe uitkering worden gebruikt. Dezelfde rubrieken dienen op dezelfde wijze worden ingevuld, met uitzondering van de leeftijd. Bij de leeftijd moet worden ingevuld de leeftijd waarbij de uitkering in de toekomst moet ingaan. Het programma rekent dan de uitgestelde uitkering uit. Bij een gerichte lijfrente wordt de uitkering eerst bedongen op een toekomstige tijdstip, vaak op leeftijd 60 of 65 van de genieter. Tot die datum wordt de koopsom opgerent met een bepaald percentage, Vaak is dit percentage het U rendement. Op ingangsleeftijd wordt de hoogte van de uitkering berekend met als koopsom het tot op ingangsdatum opgerente bedrag . De wijze van de berekening van de hoogte van het op ingangsdatum ingaande uitkering is gelijk aan de beschrijving onder direct ingaande uitkering hierboven. De hoogte van de uitkering uit een gouden handdruk geschiedt hetzelfde als hierboven is uiteengezet. Voor de omzetting van een stakingswinst en/of For in een stamrecht, moeten de uitkeringen voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.125 van de Wet op de IB 2001, d.w.z het moet gaan om een lijfrente en die lijfrente één van de 3 soorten of een combinatie van die 3 soorten lijfrente die genoemd zijn in artikel 3.125 wet IB 2001. Met andere woorden het moet gaan om vast en gelijkmatige uitkeringen (voorwaarden van een lijfrente) en dan moet het zijn een oudedagslijfrente, of een nabestaandenlijfrente of een tijdelijke oudedaglijfrente (soorten lijfrente genoemd in artikel 3.125 Wet IB 2001) of een combinatie van genoemde lijfrenten. Bij een gouden handdruk behoeven de te bedingen uitkering niet vast en gelijkmatig te zijn. De uitkeringen mogen variabel zijn, dus bij voorbeeld de eerste jaren lager en daarna hoger. De enige eis is dat de uitkering een periodieke uitkering moet zijn, d.w.z. de uitkeringsperiode mag niet zo kort worden genomen dat de sterftekans minder bedraagt dan 1%.
Categorie: Fiscaal

Hoe kan ik in de Opbouwfasemodule omgaan met meerdere salariswijzigingen?

U kunt in het programma een salarishistorie bijhouden, en tevens afwijkende franchises en wisselende parttime percentages opgeven. Let op dat bij invoer van de historie het eerst opgegeven salaris overeenkomt met de ingevoerde datum indiensttreding.
Categorie: Fiscaal

Hoe ga ik om met inkoop van dienstjaren?

In de huidige versie van de Opbouwfasemodule kunt u het aantal in te kopen dienstjaren direct opgeven. Deze nieuwe functionaliteit is beschikbaar vanaf versie 2.2. Indien u in het bezit bent van de Adviesmodule, dan heeft u de unieke mogelijkheid het aantal in te kopen dienstjaren door het programma te laten berekenen. Als u kiest voor `Inkoop diensttijd berekenen “Ja berekenen”, dan krijgt u in de Opbouwfasemodule een extra tabblad (Inkoop dienstjaren) beschikbaar. U hoeft dan slechts een paar variabelen in te voeren. Het volgen van onderstaand stappenplan is vervolgens niet meer nodig. Dat heeft het programma immers volledig voor u gedaan. Door het volgende stappenplan te volgen kan, indien gewenst met het programma handmatig de in te kopen diensttijd worden berekend. Stel het gaat om een dga geboren 01-01-1950. Partner geboren 01-01-1953. Vóór datum indiensttreding in de BV elders gewerkt 10 jaar en opgebouwd ouderdomspensioen € 8000 (WP 70%). Berekeningsdatum 01-01-2009. Salaris in 2009 € 70.000. Ingangsdatum pensioen leeftijd 65 Stap 1. Berekenen op 01-01-2009 de koopsom voor OP € 8000 (WP 70%) ingaande op leeftijd 65. Leeftijdscorrecties M-5/Vr-6. Het programma geeft een koopsom aan van € 95.818 Stap 2 Bereken de koopsom in de huidige dienstbetrekking voor in 2009 ( in 1 jaar) opgebouwd ouderdomspensioen (WP 70%). Leeftijdscorrecties M-5/Vr-6 Het programma geeft een koopsom van € 12.995. Stap 3. Voor 10 jaar elders gewerkte diensttijd zou de huidige koopsom 10 x € 12.995 (uitkomst stap 2)= € 129.950 zijn. Stap 4. Pensioentekort bedraagt € 129.950 - € 95.818 = € 34.132 Stap 5. In te kopen dienstjaren: € 34.132(uitkomst stap 4) delen door € 12.995(uitkomst stap 2) = 2,63 dienstjaren= 2 jaar en 8 maanden(afg). Deze 2 jaar en 8 maanden mogen van de fiscus niet in 1 jaar worden ingekocht, maar 1 jaar per toekomstig jaar. Dus in 2009 1 dienstjaar, in 2010 1 dienstjaar en in 2011 de resterende 8 maanden.
Categorie: Fiscaal

Berekening Factor A

Wordt Factor A ook door het programma berekend? Ja, aan het eind van het rapport bij een fiscale berekening voor een OP in de opbouwperiode wordt automatisch de Factor A berekend en weergegeven. U hoeft daar dus geen extra hulpberekening voor te maken met een Trancheberekeningsprogramma.
Categorie: Fiscaal

Methode Van Bussel

Hoe wordt het overbruggingspensioen berekend bij de methode Van Bussel? Volgens de methode Van Bussel is het overbruggingspensioen de som van de overbrugging van de AOW plus de premiecompensatie. De volledige AOW mag niet sneller dan in minstens 10 jaar worden opgebouwd. De premiecompensatie wordt berekend over deze op te bouwen AOW plus het ouderdomspensioen. Bij de berekening van de premiecompensatie houdt het programma rekening met het tariefverschil in de schijven voor 65-minners en 65-plussers en met het verschil in heffingskorting voor 65-minners en 65-plussers. Het is ook mogelijk om zelf een bedrag op te geven. Let op: het programma controleert niet of het fiscaal is toegestaan wat u hier invult.
Categorie: Fiscaal

Premiekoopsommethode

Kan ik een fiscale berekening maken met de premiekoopsommethode? Om een aantal redenen hebben wij besloten om geen premiekoopsommethode in het programma op te nemen. De premiekoopsommethode is voor adviseurs meestal veel werk omdat er veel gegevens uit het verleden moeten worden opgezocht en bijgehouden. Daarnaast is de berekening voor veel adviseurs moeilijk te volgen, zeker indien er sprake is van een situatie met diverse extra- en ingebouwde aanspraken. Het fiscale voordeel dat tegenover de hogere advieskosten staat is vaak beperkt. Daarnaast is de methode fiscaal omstreden indien er sprake is van ingebouwde elders verzekerde pensioenen of kapitalen, met name als de opgebouwde diensttijd beperkt is. In een dergelijk geval zou de aanspraak volgens de koopsommethode relatief laag zijn omdat het in eigen beheer opgebouwde pensioen door het aftrekken van het elders opgebouwde pensioen relatief laag is. De premiekoopsommethode kijkt echter naar het doelvermogen, waarin het aandeel van de regeling in eigen beheer relatief veel groter is. Bij de premiekoopsommethode is dus het fiscale voordeel uiteindelijk hetzelfde als bij de populaire en eenvoudigere variant, de koopsommethode. Het fiscale voordeel treedt bij de premiekoopsommethode echter eerder in de tijd op waardoor een rentevoordeel ontstaat. Men heeft immers liever nu een fiscaal voordeeltje dan over 15 jaar. Tegenover dit fiscale voordeel staat dat de adviseur van de Dga extra werk moet verrichten. Die zal daar ook extra kosten voor in rekening brengen. Door deze kosten extra kosten voor de adviseur is de premiekoopsommethode voor de betreffende Dga niet meer aantrekkelijk. Bovendien is het waarschijnlijk dat er eens in de paar jaar een wijziging van de pensioenregeling plaatsvindt. In het recente verleden was dat de "Witteveen"-wetgeving en de afschaffing van het prepensioen. In de nabije toekomst wordt dat wellicht de verhoging van de AOW-leeftijd. Bij een dergelijke wijziging zullen de additionele kosten bij de premiekoopsommethode hoger uitpakken dan bij de eenvoudige koopsommethode. Er is dus wel degelijk een goede reden waarom de meeste adviseurs de premiekoopsommethode niet toepassen: ze kunnen de hogere kosten tegenover hun klant niet verantwoorden. Overleg met de Belastingdienst (Centraal Aanspreekpunt Pensioenen) heeft uitgewezen dat de Fiscus, ondanks het feit dat het geen algemene maatregel betreft, uiterst soepel omgaat met het overstappen van de Premiekoopsommethode naar de Koopsommethode. In de praktijk staan alle inspecteurs toe om de voorziening te bevriezen, zonder dat er een vrijval van (een gedeelte) van de voorziening plaatsvindt. Vervolgens kan er weer gedoteerd worden, als de voorziening via de Koopsommethode uitstijgt boven de voorziening via de Premiekoopsommethode. De Fiscus stelt hierbij wel als voorwaarde, dat er een bestendige gedragslijn gevolgd dient te worden. In bijgaand artikel maakt Servaas Vrijburg duidelijk dat de recente media-aandacht voor DGA’s die ongunstige pensioen-berekeningen maken, om nadere nuancering vraagt.
Categorie: Fiscaal

Hoe bereken ik de reserves voor ingegane pensioenen?

Vul deze in als premievrije aanspraak ik de module voor premievrije aanspraken. Zet de beginleeftijd van het pensioen in het verleden.
Categorie: Waardering

Kostenopslag

Moet ik voor een pensioenberekening in de uitkeringsfase in de premievrij module rekening houden met een kostenopslag? Indien het een pensioenuitkering betreft, dan mag er geen kostenopslag worden gehanteerd. De berekening dient netto actuarieel te worden uitgevoerd. Moet ik voor een Stamrechtberekening in de premievrijmodule rekening houden met kostenopslag? Voor de bepaling van de hoogte van de Stamrecht uitkering, dient rekening te worden gehouden met een kostenopslag. Voor de waardering van een lijfrentevoorziening mag in eigen beheer geen kostenopslag worden toegepast. In een dergelijke situatie moet deze (handmatig) op 0 worden gezet. Leeftijdsterugstellingen moeten eveneens op 0 worden gezet. Indien er een lijfrente uitkering wordt berekend op ingangsdatum, dan dient er wel een kosten opslag te worden opgevoerd. Op het moment dat u kiest voor het maken van een Pensioen- Stamrecht- of Lijfrenteberekening, worden automatisch de defaultinstellingen (kostenopslag en leeftijdsterugstellingen) aangepast aan de door u gemaakte keuze. De tekst in het berekeningsrapport, word eveneens aangepast aan de gekozen aanspraak.
Categorie: Waardering

Leeftijdscorrectie

Let op: een leeftijdscorrectie kan zowel negatief als positief zijn. Bij gebruik van een leeftijdsterugstelling dient u dus er een "-" (min) voor te zetten. Bv -5. Voor fiscale berekeningen van pensioenverplichtingen in eigen beheer is het toegestaan om de meest recente sterftetafel van het actuarieel genootschap te gebruiken zonder leeftijdscorrecties als gevolg van de toepassing van artikel 8 lid 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Voor fiscale berekeningen van stamrecht- en andere lijfrenteverplichtingen in eigen beheer mogen wel leeftijdscorrecties worden toegepast van M-5/Vr-6. Dit komt omdat artikel 8 lid 6 van de wet op de vennootschapsbelasting het alleen heeft over pensioenverplichtingen. Voor berekeningen van de marktwaarde (Commerciele waardering) gebruikt u eveneens de meest recente sterftetafel waarbij leeftijdscorrecties (-5/-6) moeten worden toegepast.
Categorie: Fiscaal

Keuze sterftetafel

Welke sterftetafel kan ik het best gebruiken? Wij adviseren u om voor fiscale berekeningen altijd de meest recente sterftetafel te gebruiken. In alle modules staan de meest actuele sterftetafels als default waarde ingesteld. Voor berekeningen van de marktwaarde (Commerciele waardering) gebruikt u eveneens de meest recente sterftetafel waarbij leeftijdscorrecties (-5/-6) moeten worden toegepast.
Categorie: Fiscaal

Conversiehulp uit een ander berekeningsprogramma

Conversiehulp biedt ondersteuning bij overname van gegevens uit een bestaand berekeningsrapport op de juiste wijze binnen DGA Pensioenberekeningssoftware. Voorbeeldberekening 1: Hierin wordt de fiscale berekening gemaakt voor een DGA geboren vóór 1 januari 1950, dus met een regeling die niet op de Wet VPL hoefde te worden aangepast. Voorbeeldberekening 2: In deze berekening wordt de fiscale voorziening bepaald voor een DGA waarvoor zowel bij de overgang ten gevolge van Witteveen als bij de Wet VPL een premievrije aanspraak is berekend. Net als de nieuwe pensioenleeftijd gaan beide premievrije aanspraken in op leeftijd 65 jaar. Voorbeeldberekening 3: In deze berekening wordt de fiscale voorziening bepaald voor een DGA waarvoor zowel bij de overgang ten gevolge van Witteveen als bij de Wet VPL een premievrije aanspraak is berekend. De pensioenleeftijd is op 60 jaar blijven staan, maar de regeling kent daardoor een lager opbouwpercentage. Eveneens gaan beide premievrije aanspraken in op leeftijd 60 jaar. Het eerder opgebouwde TOP blijft ook premievrij staan. Met deze berekening demonstreren we het premievrije TOP, nieuw in versie 2.1! Voorbeeldberekening 4: Middels dit voorbeeld geven we aan welke velden u over dient te nemen binnen DGA Pensioenberekeningssoftware. Voorbeeldberekening 5: In dit voorbeeld wordt beschreven hoe om te gaan met de (waarschijnlijk vrij zeldzame) situatie dat bij de VPL-conversie de backservice over de rechten vóór 2006 wordt opgegeven (en er in ons programma dus een datum-in-dienst van 1-1-2006 moet worden ingevoerd).
Categorie: Conversiehulp

Waar vind ik de Echtscheidingsmodule?

Echtscheidingsberekeningen zijn een extra functionaliteit in de Opbouwfasemodule en de Premievrij module. Indien u een abonnement heeft op de Echtscheidingsmodule, zijn de icoontjes in het hoofdmenu voorzien van de volgende tekst: Opbouwfase / Echtscheidingberekening aanmaken Premie / Stamrecht / Echtscheidingberekening aanmaken U kunt dus ook kiezen voor een al gemaakte pensioenberekening eigen beheer. Deze wordt dan in de Opbouwfasemodule geopend. Indien u deze wenst te bewaren als Echtscheidingsberekening bij betreffende klant, dan dient u eerst na openen op Nieuwe berekening te klikken en in het veld Berekening naam de berekening te hernoemen en op te slaan. Na het aanpassen van de berekeningsdatum (dit is voor deze berekening de gewenste datum waarop de echtscheidingsberekening wordt uitgevoerd) klikt u in het Actieschermpje op de button “Open rapport”. U heeft vervolgens de keuze uit 3 echtscheidingsberekeningen: Echtscheiding, verevening zonder conversie; Echtscheiding, verevening met conversie OP; Echtscheiding, verevening met conversie OP en PP. Direct nadat u uw berekeningskeuze (en rapportkeuze PDF of Word) heeft gemaakt, verschijnt een scherm waarin u het verdelingspercentage kunt opgeven (standaard verdelingspercentage is 50%) en de huwelijksdatum. Indien gekozen is voor een berekening met conversie, kunt u tevens de pensioenleeftijd aangeven waarop het zelfstandig recht op ouderdomspensioen voor de ex-partner dient in te gaan. Vervolgens klikt u in het Actieschermpje op de knop “Open rapport”.
Categorie: Technisch

Waar vind ik de Cascon module?

De Cascon module maakt onderdeel uit van De DGA Pensioen Adviessoftware. Deze Adviesmodule is een uitbreiding op de Pensioen berekeningssoftware. Alle gebruikers van de Pensioen Adviessoftware treffen de toegang tot de Cascon module direct na inloggen op de homepage aan. De CasCon PremieContraverzekering voorziet in een uitkering bij overlijden van de langstlevende van de verzekerde personen vóór einddatum aan de begunstigden. De verzekering wordt gesloten ter zekerstelling van het in eigen beheer opgebouwde pensioenkapitaal aan de erfgenamen. Wanneer deze verzekering wordt gesloten en de premiebetaling plaatsvindt aan een Pensioenstichting, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van erfbelasting. De CasCon module berekent perfect de benodigde premie en het verloop van de uitkering. De hoogte van de uitkering kent een lineair dalend verloop, eventueel voorafgegaan aan een lineaire stijging. Als verzekeringnemers en begunstigden gelden de kinderen van de verzekerde(n), ieder voor een gelijk deel van de premie.
Categorie: Technisch

Overzicht van de opgebouwde aanspraken tot aan pensioendatum

Door in de Opbouwfasemodule in het tabblad “Gegevens pensioenopbouw” de optie “Tonen prognose van aanspraken en voorziening” aan te vinken, wordt dit overzicht automatisch in het berekeningsrapport opgenomen. Indien u kiest voor een marktwaarderapport, dan wordt zelfs het (voor) overlijdensrisico tijdsevenredig weergegeven. In de Premievrij module is het niet mogelijk om een dergelijk overzicht weer te geven. Indien u een waardeverloop van de reserve wenst, kunt u de berekeningsdatum telkens 1 jaar verlengen tot aan de ingangsdatum.
Categorie: Technisch

Wanneer krijg ik mijn inlogcode als ik het programma bestel?

Nadat wij het ondertekende bestelformulier binnen hebben, wordt binnen 2 werkdagen u een e-mail toegestuurd met daarin de inlogcode.

Hoe maak ik een concernlicentie aan?

Zie bijgaande handleiding Concernlicentie.
Categorie: Beheer

Bestaande berekening inlezen en opslaan onder andere naam?

Als u een bestaande berekening van een klant wilt inlezen, klikt u in de applicatie op de button ´Open bestaande berekening´. Selecteer de klant waarvoor u de berekening wilt ophalen en kies vervolgens de gewenste berekening van deze klant (bijvoorbeeld Berekening Eigen Beheer 2010). U krijgt nu de vraag of er een kopie van de berekening moet worden geopend of de originele berekening. Indien u uw bestaande berekening niet wilt overschrijven, kiest u voor kopie. U kunt nu in het veld “Berekening naam” in het tabblad Algemene gegevens de door u gewenste naam ingeven, bijvoorbeeld Berekening Eigen Beheer 2011.    
Categorie: Beheer

Hoe kan ik in Word de lay-out van het DGA Pensioen Overzicht aanpassen?

De berekeningsrapporten worden in tabelvorm in Word gegenereerd. De weergave van de tekst in het Word-rapport is afhankelijk van de vragen die door u zijn beantwoord. Daarmee worden in het Word-document de gewenste tekstblokken weergegeven. Bovendien is ook het door u gekozen lettertype en de tekengrootte van invloed op de wijze waarop de tekst wordt weergegeven. Het kan daardoor voorkomen dat het lay-outtechnisch gewenst is een bepaalde kopregel op een volgende pagina te laten beginnen. Door in Word in het menu de functie voor alineamarkeringen en verborgen symbolen aan te zetten, wordt zichtbaar waar de tabellen beginnen en eindigen. Als u vervolgens tussen de tabelregels met de cursor voor bovenvermeld teken gaat staan, kunt u met de toetscombinatie Ctrl Enter op de door u gewenste positie een pagina-einde invoegen. Vanaf dat punt wordt de onderstaande tekst naar de volgende pagina verplaatst. Deze handeling kunt u herhalen, totdat u met betrekking tot de lay-out het gewenste resultaat heeft bereikt.
Categorie: Beheer

Mijn opgeslagen klantgegevens terugvinden

Als u klikt op de button “Open bestaande berekening” op de homepage verschijnt het scherm met al uw opgeslagen berekeningen. In het veld “Berekeningen voor de cliënt” kunt u kiezen van welke klant u de berekeningen wilt zien, door op de pulldown button te klikken. In de kolom achternaam kunt u de zoekfunctie gebruiken en zoeken door bijvoorbeeld de eerste letter(s) van de achternaam in te geven. Nadat u de gewenste klant heeft geselecteerd, verschijnen alle bij deze klant opgeslagen berekeningen in het scherm.
Categorie: Beheer

Aanmaken dossier

Alvorens u start met het maken van een (eerste) berekening, verdient het aanbeveling eerst een "klant" in te voeren. Berekeningen gemaakt voor deze klant worden vervolgens opslagen onder deze klantnaam. Klantbeheer kunt u vinden door op de button “Klanten” te klikken. Middels de blauwe knop met het groene plustekentje kunt u klanten toevoegen.
Categorie: Beheer

Helpdesk

Hoe kan ik de helpdesk bereiken? Voor vragen inzake aanschaf van het programma kunt u het beste ofwel contact opnemen via ons algemene telefoonnummer: 038-4557106 ofwel uw vraag insturen via het contactformulier. Heeft u een vraag als abonnee over de werking van het programma, dan kunt u het beste via e-mail met ons contact opnemen zodat wij uw vraag door de juiste persoon kunnen laten beantwoorden. Deze inhoudelijke vragen kunt u richten aan helpdesk(at)dgasoftware.nl. De helpdesk zal zich niet uitlaten over wat wel en wat niet fiscaal toelaatbaar is. Het programma bevat standaard de optimale instellingen die fiscaal toelaatbaar zijn. Afwijkingen hierop zijn voor eigen risico. DSG aanvaardt hiervoor geen aansprakelijkheid.
Categorie: Bereikbaarheid

Dossierbeheer

Waar worden berekeningsdossiers opgeslagen? Alle gemaakte berekeningen (rapporten) kunt u, indien gewenst zelf opslaan. De dossiers zelf worden opgeslagen bij een modern cybercenter op de externe server (Schiphol-Rijk) van DSG. Deze server voldoet aan alle technische en security eisen. Eénmaal daags worden deze gegevens 's nachts gebackupd. Alleen personen binnen dezelfde kantoorvestiging hebben toegang tot deze dossiers. Indien gewenst kunt u deze dossiers ook anoniem opslaan, met een uniek dossiernummer als identificatie. Al uw rapporten (in pdf- of Wordformaat) kunt u lokaal opslaan op uw eigen pc of elders naar keuze.
Categorie: Beheer

Heeft het opvoeren van kinderen invloed op de voorziening?

Kinderen hebben geen invloed op de voorziening, alleen op het risicokapitaal.
Categorie: Verzekeren

Welke berekening kan ik maken met de CasCon module?

De CasCon PremieContraverzekering voorziet in een uitkering bij overlijden van de langstlevende van de verzekerde personen vóór einddatum aan de begunstigden. De verzekering wordt gesloten ter zekerstelling van het in eigen beheer opgebouwde pensioenkapitaal aan de erfgenamen. Wanneer deze verzekering wordt gesloten en de premiebetaling plaatsvindt aan een Pensioenstichting, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van erfbelasting. De CasCon module berekent perfect de benodigde premie en het verloop van de uitkering. De hoogte van de uitkering kent een lineair dalend verloop, eventueel voorafgegaan aan een lineaire stijging. Als verzekeringnemers en begunstigden gelden de kinderen van de verzekerde(n), ieder voor een gelijk deel van de premie.
Categorie: Fiscaal

Is DGA Software Fiscaal proof?

Vanzelfsprekend is de fiscus bekend met de software en berekeningsrapporten van DSG.

Dit wil echter niet zeggen dat alle door u gemaakte pensioenberekeningen als vanzelfsprekend worden geaccepteerd.

Dat geldt overigens voor alle actuariële Pensioensoftware. U bent als adviseur immers verantwoordelijk voor de invoer in het programma.

De default waarden in onze software staan echter zodanig ingesteld dat u fiscaal optimale pensioenberekeningen maakt, zonder de fiscale grenzen te overschrijden. Indien u toch de fiscale grenzen op wilt zoeken, dan is dat uiteraard mogelijk.


Categorie: Fiscaal

Ik kan niet inloggen

U heeft (nog) geen toegang tot de applicatie. Neem contact op.

Let op dat u elke login-sessie na afloop afsluit middels uitloggen!

Indien u niet correct bent uitgelogd, maar de browser met het kruisje rechts boven heeft afgesloten, en u wilt binnen één uur weer inloggen, dan krijgt u de melding dat u reeds vanaf een andere locatie bent ingelogd. 1 uur na inlog wordt u automatisch uitgelogd en heeft u vervolgens weer toegang tot de applicatie.

Indien u ingelogd bent en de sessie langer dan een uur ongebruikt is, wordt u eveneens automatisch uitgelogd. Dit om te voorkomen dat u bijvoorbeeld na een crash niet meer zou kunnen inloggen omdat het systeem er anders vanuit gaat dat u nog ingelogd bent.

Hoe maak ik de VAP-knip berekening waarbij opgebouwde aanspraken worden uitgesteld naar 67?

In deze korte handleiding wordt met schermvoorbeelden aangegeven hoe u de VAP berekeningsknip kunt vervaardigen in de Opbouwfase module. Bekijk hier het filmpje van deze berekening

Hoe maak ik de VAP-knip waarbij opgebouwde rechten blijven staan en nieuwe op pensioenleeftijd 67.

In deze verkorte handleiding wordt met schermvoorbeelden aangegeven hoe u de VAP berekeningsknip automatisch kunt vervaardigen in de Opbouwfase module. Wilt u deze berekening handmatig toepassen, dan kan dat als volgt: Voer de op 31-12-2013 opgebouwde tijdsevenredige aanspraak in als extra aanspraak in het tabblad Extra aanspraken. U kunt deze benoemen als Premievrije aanspraak op 31-12-2013. Vul in het veld “Datum aanvang pensioenopbouw” (in het tabblad Gegevens dienstverband) de datum 1-1-2014 in en pas het Opbouwpercentage op het tabblad Gegevens pensioenopbouw aan naar 1,9% in geval van een eindloonregeling. Er wordt bij deze optie dus geen VAP-excedent gecreëerd. Bekijk hier een filmpje van deze berekening

Hoe maak ik de VAP-knip waarbij de pensioenleeftijd gelijk blijft maar verdere opbouw plaatsvindt op basis van een lager opbouwpercentage.

In deze verkorte handleiding wordt met schermvoorbeelden aangegeven hoe u de VAP berekeningsknip automatisch kunt vervaardigen in de Opbouwfase module. Wilt u deze berekening handmatig toepassen, dan kan dat als volgt: Bepaal de daadwerkelijk opgebouwde aanspraak op 31 december 2013 en verminder deze met de aanspraak die opgebouwd zou zijn als de nieuwe regeling met terugwerkende kracht van toepassing is geweest (1,63% of met partner 1,68%, in geval van een eindloonregeling). Het verschil betreft het VAP-excedent. Het VAP-excedent voert u als Extra aanspraak in op het tabblad Extra aanspraken. In het VAP-excedent is geen overgang op de partner van toepassing! Het opbouw% is inmiddels aangepast naar 1,63%. De datum aanvang pensioenopbouw blijft ongewijzigd evenals de pensioenleeftijd (65 jaar). Bekijk hier een filmpje van deze berekening

Stuur uw vraag

Staat uw vraag er niet bij? Geef deze dan a.u.b. aan ons door!