Fiscaal


Frequently Asked Question on Fiscaal

Eindloonberekeningen met salarishistorie

Indien u oude eindloonberekeningen inleest waar in het verleden hogere salarissen van toepassing waren en waarbij een salarishistorie was ingevuld, dan werd er bij elk opgevoerd salaris gerekend met de franchise die in de betreffende salarisperiode van toepassing was. Inmiddels heeft de fiscus zich op het standpunt gesteld mede n.a.v. een uitspraak van het Hof Amsterdam op 20-9-2012 dat over de gehele diensttijd gerekend dient te worden met de laatste pensioengrondslag en dus ook met de franchise die in het berekeningsjaar van toepassing is. Wij hebben onze berekeningen hieraan aangepast. Dit zal er in veel gevallen toe leiden dat de aanspraken en voorziening bij bestaande eindloonberekeningen met een salarishistorie wat lager uitvalt.

Wat dient er te gebeuren nadat ik een CasCon berekening heb gemaakt?

Er dient een Pensioenstichting opgericht te worden; De volgende stukken moeten worden opgesteld: • Verzekeringsovereenkomst • Verzekeringsbewijs inclusief premiebepaling • Voorwaarden van verzekering Indien ondersteuning gewenst is ten aanzien van bovenstaande zaken, evenals eventueel advies met betrekking tot uw totale pensioenpositie, dan kan u dat worden geboden door de bedenker van de CasCon Premie Contraverzekering namelijk de heer A(rie) van Caspel www.vancaspelpensioenadvies.nl.
Categorie: Fiscaal

Welke berekening kan ik maken met de CasCon module?

De CasCon PremieContraverzekering voorziet in een uitkering bij overlijden van de langstlevende van de verzekerde personen vóór einddatum aan de begunstigden. De verzekering wordt gesloten ter zekerstelling van het in eigen beheer opgebouwde pensioenkapitaal aan de erfgenamen. Wanneer deze verzekering wordt gesloten en de premiebetaling plaatsvindt aan een Pensioenstichting, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van erfbelasting. De CasCon module berekent perfect de benodigde premie en het verloop van de uitkering. De hoogte van de uitkering kent een lineair dalend verloop, eventueel voorafgegaan aan een lineaire stijging. Als verzekeringnemers en begunstigden gelden de kinderen van de verzekerde(n), ieder voor een gelijk deel van de premie.
Categorie: Fiscaal

Hoe gaat het programma om met salarisverlagingen bij een eindloonregeling?

Gebruikelijk loon en eindloonregeling. Als het pensioengevend loon in een bepaald jaar aanzienlijke lager is dan het gebruikelijke loon, kan dat jaar niet meetellen als een vol dienstjaar en als het salaris nihil is kan dat jaar geheel niet meetellen als een vol dienstjaar indien later het salaris weer op tot het gebruikelijk niveau wordt verhoogd, zie artikel 19 van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gebruikelijk loon is het loon van een directeur die een aanmerkelijk belang (tenminste 5% aandelen ) bezit in de BV waarin hij werkzaamheden verricht. Dit loon mag niet lager bedragen dan € 40.000 of indien dit meer is, niet in belangrijke mate mag afwijken van hetgeen de directeur elders zou kunnen verdienen bij een normale dienstbetrekking waar een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Maar dit mag ook weer niet minder zijn dan de meest verdienende werknemer in de BV. Zie artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Fiscaal betekent dit dat de directeur niet minder mag verdienen dan 70% van hetgeen hij elders zou kunnen verdienen, maar als er een naast de directeur een andere werknemer aanwezig in de BV waar hij een aanmerkelijk belang heeft, die meer verdient dan die genoemde 70%, de directeur het salaris moet genieten van die werknemer. Voorbeeld. Een directeur aandeelhouder van BV X verdient in jaar T € 50.000 per jaar. Elders zou hij € 100.000 kunnen verdienen. De meest verdienende werknemer in BV X naast de directeur aandeelhouder, verdient € 65.000 per jaar. Het gebruikelijke loon van de directeur wordt dan gesteld op 70% van € 100.000 is € 70.000. Als in jaar T +1 het salaris € 50.000 blijft en het salaris in jaar T + 2 verhoogd wordt naar € 70.000 tellen alle jaren met een salaris van € 50.000 gewoon volledig mee als vol dienstjaar. Het salaris is namelijk niet aanzienlijk lager dan gebruikelijk. Aanzienlijk lager is tenminste 30% lager. Was het salaris in jaar T + 1 € 35.000 geweest en in het jaar T + 2 het salaris wordt verhoogd tot bij voorbeeld € 70.000 dan telt het jaar T + 1 slechts voor een half dienstjaar mee.
Categorie: Fiscaal

Hoe gaat het programma om met salarisverlagingen bij een eindloonregeling?

Bij een eindloonregeling wordt het pensioen afgeleid van het laatst verdiend salaris (pensioengrondslag=salaris - franchise). Bij een salarisverlaging in een bepaald jaar ten opzichte van het voorgaande jaar zou dit betekenen dat het pensioen in het jaar dat het salaris is verminderd een lager bedrag aangeeft dan het voorgaande jaar. Omdat ook in de standaard pensioenbrieven is opgenomen dat opgebouwde pensioenrechten bij een salarisverlaging gehandhaafd blijven, zal dus bij de berekening van de voorziening van het pensioen in het jaar dat het salaris is verlaagd, met het gelijk blijven van opgebouwde rekening worden gehouden.
Categorie: Fiscaal

Wat is de minimale looptijd voor een periodieke stamrecht en lijfrenteuitkering op grond van het 1%-sterftekanscriterium?

Eén van de fiscale voorwaarden waaraan de periodieke uitkering uit het stamrecht dient te voldoen is het zogenaamde 1% sterftecriterium.Dit houdt in dat er statistisch gezien een kans van 1% moet zijn dat u gedurende de looptijd van de uitkering (onverhoopt) komt te overlijden. In de tabel kunt u per leeftijd precies zien wat aldus de minimale looptijd van de uitkeringen is op grond van het 1% sterftekanscriterium. Sterftetafel GBM/V 2005 - 2010

LEEFTIJD

MANNEN
minimale looptijd

VROUWEN
minimale looptijd

jaren

maanden

jaren

maanden

25 jaar

26 jaar

27 jaar

28 jaar

29 jaar

30 jaar

31 jaar

32 jaar

33 jaar

34 jaar

35 jaar

36 jaar

37 jaar

38 jaar

39 jaar

40 jaar

41 jaar

42 jaar

43 jaar

44 jaar

45 jaar

46 jaar

47 jaar

48 jaar

49 jaar

50 jaar

51 jaar

52 jaar

53 jaar

54 jaar

55 jaar

56 jaar

57 jaar

58 jaar

59 jaar

60 jaar

61 jaar

62 jaar

63 jaar

64 jaar

65 jaar

66 jaar

67 jaar

68 jaar

69 jaar

70 jaar

15

14

14

13

13

12

11

11

10

10

9

9

8

8

7

7

6

6

5

5

4

4

3

3

3

3

2

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

5

10

3

8

1

6

11

4

9

3

8

1

6

0

6

0

6

1

7

2

8

3

11

7

3

0

9

6

3

1

11

9

7

5

4

3

1

0

11

10

9

8

8

7

6
6

19

18

17

16

15

15

14

13

12

12

11

10

10

9

8

8

7

6

6

5

5

5

4

4

3

3

3

3

2

2

2

2

2

2

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

1

3

6

8

10

1

4

7

10

1

5

8

0

4

9

1

6

11

5

11

5

0

7

3

11

7

4

1

11

9

7

4

2

1

11

9

8

6

5

4

3

2

1

10

11

10


Categorie: Fiscaal

Dien ik rekening te houden met een TOP bij een BPF, en hoe kan ik dat inbouwen?

Indien er voor de DGA in eigen beheer, binnen hetzelfde dienstverband ook een TOP is opgebouwd bij een BPF, waarvoor de premie door de BV wordt betaald, dan dient het TOP bij een BPF ook ingebouwd te worden. Aangezien er bij “In te bouwen aanspraken” geen tijdelijke aanspraken kunnen worden opgegeven, kunt u de aanspraak met behulp van de Premievrij module eerst omrekenen naar een levenslange aanspraak op pensioenleeftijd die voor eigen beheer geldt. Deze aanspraak kan vervolgens bij In te bouwen aanspraken worden opgegeven.
Categorie: Fiscaal

Kan ik met de premievrijmodule ook lijfrenteverplichtingen waarderen?

Antwoord: ja, als de hoogte van de uitkering vaststaat dan in de premievrije module die uitkering invullen, de rekenrente op de marktrente stellen en een leeftijdscorrectie nemen van M-5/Vr-6.
Categorie: Fiscaal

Verwerking kostenopslag bij oprichting van een stamrecht-BV in winst?

De kostenopslag hoeft niet in 1 keer tot de winst te worden berekend, maar het mag wel. De werkelijke kosten kunnen dus in 1 keer worden afgetrokken, of er kan voor worden gekozen om deze in een aantal jaren te laten vrijvallen.
Categorie: Fiscaal

Hoe maak ik een stamrecht berekening?

Doorgaans gaat bij een stamrechtberekening om een lijfrente of andere periodieke uitkering die bedongen is bij de BV voor de stakingswinst en/of alleen de FOR of voor een gouden handdruk. Het gaat dan om: - een directe uitkering, of - een uitgestelde uitkering, of - een gerichte lijfrente. Voor een directe uitkering kan het programma worden gebruikt door bij de module waardering van premievrije- en stamrechtuitkeringen in de rubriek ”Omrekenen storting naar uitkering” het kapitaal in te vullen, bij leeftijd de leeftijd op ingangsdatum, bij kosten 5% in te vullen, bij rekenrente marktwaarde berekening in te vullen de marktrente (U-rendement + 0,5%) gedurende de volledige looptijd en bij leeftijdsterugstellingen te nemen M-5/Vr-6 . Het programma rekent dan de hoogte van de direct ingaande uitkering uit. Voor een uitgestelde uitkering kan dezelfde module als bij directe uitkering worden gebruikt. Dezelfde rubrieken dienen op dezelfde wijze worden ingevuld, met uitzondering van de leeftijd. Bij de leeftijd moet worden ingevuld de leeftijd waarbij de uitkering in de toekomst moet ingaan. Het programma rekent dan de uitgestelde uitkering uit. Bij een gerichte lijfrente wordt de uitkering eerst bedongen op een toekomstige tijdstip, vaak op leeftijd 60 of 65 van de genieter. Tot die datum wordt de koopsom opgerent met een bepaald percentage, Vaak is dit percentage het U rendement. Op ingangsleeftijd wordt de hoogte van de uitkering berekend met als koopsom het tot op ingangsdatum opgerente bedrag . De wijze van de berekening van de hoogte van het op ingangsdatum ingaande uitkering is gelijk aan de beschrijving onder direct ingaande uitkering hierboven. De hoogte van de uitkering uit een gouden handdruk geschiedt hetzelfde als hierboven is uiteengezet. Voor de omzetting van een stakingswinst en/of For in een stamrecht, moeten de uitkeringen voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.125 van de Wet op de IB 2001, d.w.z het moet gaan om een lijfrente en die lijfrente één van de 3 soorten of een combinatie van die 3 soorten lijfrente die genoemd zijn in artikel 3.125 wet IB 2001. Met andere woorden het moet gaan om vast en gelijkmatige uitkeringen (voorwaarden van een lijfrente) en dan moet het zijn een oudedagslijfrente, of een nabestaandenlijfrente of een tijdelijke oudedaglijfrente (soorten lijfrente genoemd in artikel 3.125 Wet IB 2001) of een combinatie van genoemde lijfrenten. Bij een gouden handdruk behoeven de te bedingen uitkering niet vast en gelijkmatig te zijn. De uitkeringen mogen variabel zijn, dus bij voorbeeld de eerste jaren lager en daarna hoger. De enige eis is dat de uitkering een periodieke uitkering moet zijn, d.w.z. de uitkeringsperiode mag niet zo kort worden genomen dat de sterftekans minder bedraagt dan 1%.
Categorie: Fiscaal

Hoe kan ik in de Opbouwfasemodule omgaan met meerdere salariswijzigingen?

U kunt in het programma een salarishistorie bijhouden, en tevens afwijkende franchises en wisselende parttime percentages opgeven. Let op dat bij invoer van de historie het eerst opgegeven salaris overeenkomt met de ingevoerde datum indiensttreding.
Categorie: Fiscaal

Hoe ga ik om met inkoop van dienstjaren?

In de huidige versie van de Opbouwfasemodule kunt u het aantal in te kopen dienstjaren direct opgeven. Deze nieuwe functionaliteit is beschikbaar vanaf versie 2.2. Indien u in het bezit bent van de Adviesmodule, dan heeft u de unieke mogelijkheid het aantal in te kopen dienstjaren door het programma te laten berekenen. Als u kiest voor `Inkoop diensttijd berekenen “Ja berekenen”, dan krijgt u in de Opbouwfasemodule een extra tabblad (Inkoop dienstjaren) beschikbaar. U hoeft dan slechts een paar variabelen in te voeren. Het volgen van onderstaand stappenplan is vervolgens niet meer nodig. Dat heeft het programma immers volledig voor u gedaan. Door het volgende stappenplan te volgen kan, indien gewenst met het programma handmatig de in te kopen diensttijd worden berekend. Stel het gaat om een dga geboren 01-01-1950. Partner geboren 01-01-1953. Vóór datum indiensttreding in de BV elders gewerkt 10 jaar en opgebouwd ouderdomspensioen € 8000 (WP 70%). Berekeningsdatum 01-01-2009. Salaris in 2009 € 70.000. Ingangsdatum pensioen leeftijd 65 Stap 1. Berekenen op 01-01-2009 de koopsom voor OP € 8000 (WP 70%) ingaande op leeftijd 65. Leeftijdscorrecties M-5/Vr-6. Het programma geeft een koopsom aan van € 95.818 Stap 2 Bereken de koopsom in de huidige dienstbetrekking voor in 2009 ( in 1 jaar) opgebouwd ouderdomspensioen (WP 70%). Leeftijdscorrecties M-5/Vr-6 Het programma geeft een koopsom van € 12.995. Stap 3. Voor 10 jaar elders gewerkte diensttijd zou de huidige koopsom 10 x € 12.995 (uitkomst stap 2)= € 129.950 zijn. Stap 4. Pensioentekort bedraagt € 129.950 - € 95.818 = € 34.132 Stap 5. In te kopen dienstjaren: € 34.132(uitkomst stap 4) delen door € 12.995(uitkomst stap 2) = 2,63 dienstjaren= 2 jaar en 8 maanden(afg). Deze 2 jaar en 8 maanden mogen van de fiscus niet in 1 jaar worden ingekocht, maar 1 jaar per toekomstig jaar. Dus in 2009 1 dienstjaar, in 2010 1 dienstjaar en in 2011 de resterende 8 maanden.
Categorie: Fiscaal

Berekening Factor A

Wordt Factor A ook door het programma berekend? Ja, aan het eind van het rapport bij een fiscale berekening voor een OP in de opbouwperiode wordt automatisch de Factor A berekend en weergegeven. U hoeft daar dus geen extra hulpberekening voor te maken met een Trancheberekeningsprogramma.
Categorie: Fiscaal

Methode Van Bussel

Hoe wordt het overbruggingspensioen berekend bij de methode Van Bussel? Volgens de methode Van Bussel is het overbruggingspensioen de som van de overbrugging van de AOW plus de premiecompensatie. De volledige AOW mag niet sneller dan in minstens 10 jaar worden opgebouwd. De premiecompensatie wordt berekend over deze op te bouwen AOW plus het ouderdomspensioen. Bij de berekening van de premiecompensatie houdt het programma rekening met het tariefverschil in de schijven voor 65-minners en 65-plussers en met het verschil in heffingskorting voor 65-minners en 65-plussers. Het is ook mogelijk om zelf een bedrag op te geven. Let op: het programma controleert niet of het fiscaal is toegestaan wat u hier invult.
Categorie: Fiscaal

Premiekoopsommethode

Kan ik een fiscale berekening maken met de premiekoopsommethode? Om een aantal redenen hebben wij besloten om geen premiekoopsommethode in het programma op te nemen. De premiekoopsommethode is voor adviseurs meestal veel werk omdat er veel gegevens uit het verleden moeten worden opgezocht en bijgehouden. Daarnaast is de berekening voor veel adviseurs moeilijk te volgen, zeker indien er sprake is van een situatie met diverse extra- en ingebouwde aanspraken. Het fiscale voordeel dat tegenover de hogere advieskosten staat is vaak beperkt. Daarnaast is de methode fiscaal omstreden indien er sprake is van ingebouwde elders verzekerde pensioenen of kapitalen, met name als de opgebouwde diensttijd beperkt is. In een dergelijk geval zou de aanspraak volgens de koopsommethode relatief laag zijn omdat het in eigen beheer opgebouwde pensioen door het aftrekken van het elders opgebouwde pensioen relatief laag is. De premiekoopsommethode kijkt echter naar het doelvermogen, waarin het aandeel van de regeling in eigen beheer relatief veel groter is. Bij de premiekoopsommethode is dus het fiscale voordeel uiteindelijk hetzelfde als bij de populaire en eenvoudigere variant, de koopsommethode. Het fiscale voordeel treedt bij de premiekoopsommethode echter eerder in de tijd op waardoor een rentevoordeel ontstaat. Men heeft immers liever nu een fiscaal voordeeltje dan over 15 jaar. Tegenover dit fiscale voordeel staat dat de adviseur van de Dga extra werk moet verrichten. Die zal daar ook extra kosten voor in rekening brengen. Door deze kosten extra kosten voor de adviseur is de premiekoopsommethode voor de betreffende Dga niet meer aantrekkelijk. Bovendien is het waarschijnlijk dat er eens in de paar jaar een wijziging van de pensioenregeling plaatsvindt. In het recente verleden was dat de "Witteveen"-wetgeving en de afschaffing van het prepensioen. In de nabije toekomst wordt dat wellicht de verhoging van de AOW-leeftijd. Bij een dergelijke wijziging zullen de additionele kosten bij de premiekoopsommethode hoger uitpakken dan bij de eenvoudige koopsommethode. Er is dus wel degelijk een goede reden waarom de meeste adviseurs de premiekoopsommethode niet toepassen: ze kunnen de hogere kosten tegenover hun klant niet verantwoorden. Overleg met de Belastingdienst (Centraal Aanspreekpunt Pensioenen) heeft uitgewezen dat de Fiscus, ondanks het feit dat het geen algemene maatregel betreft, uiterst soepel omgaat met het overstappen van de Premiekoopsommethode naar de Koopsommethode. In de praktijk staan alle inspecteurs toe om de voorziening te bevriezen, zonder dat er een vrijval van (een gedeelte) van de voorziening plaatsvindt. Vervolgens kan er weer gedoteerd worden, als de voorziening via de Koopsommethode uitstijgt boven de voorziening via de Premiekoopsommethode. De Fiscus stelt hierbij wel als voorwaarde, dat er een bestendige gedragslijn gevolgd dient te worden. In bijgaand artikel maakt Servaas Vrijburg duidelijk dat de recente media-aandacht voor DGA’s die ongunstige pensioen-berekeningen maken, om nadere nuancering vraagt.
Categorie: Fiscaal

Leeftijdscorrectie

Let op: een leeftijdscorrectie kan zowel negatief als positief zijn. Bij gebruik van een leeftijdsterugstelling dient u dus er een "-" (min) voor te zetten. Bv -5. Voor fiscale berekeningen van pensioenverplichtingen in eigen beheer is het toegestaan om de meest recente sterftetafel van het actuarieel genootschap te gebruiken zonder leeftijdscorrecties als gevolg van de toepassing van artikel 8 lid 6 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Voor fiscale berekeningen van stamrecht- en andere lijfrenteverplichtingen in eigen beheer mogen wel leeftijdscorrecties worden toegepast van M-5/Vr-6. Dit komt omdat artikel 8 lid 6 van de wet op de vennootschapsbelasting het alleen heeft over pensioenverplichtingen. Voor berekeningen van de marktwaarde (Commerciele waardering) gebruikt u eveneens de meest recente sterftetafel waarbij leeftijdscorrecties (-5/-6) moeten worden toegepast.
Categorie: Fiscaal

Keuze sterftetafel

Welke sterftetafel kan ik het best gebruiken? Wij adviseren u om voor fiscale berekeningen altijd de meest recente sterftetafel te gebruiken. In alle modules staan de meest actuele sterftetafels als default waarde ingesteld. Voor berekeningen van de marktwaarde (Commerciele waardering) gebruikt u eveneens de meest recente sterftetafel waarbij leeftijdscorrecties (-5/-6) moeten worden toegepast.
Categorie: Fiscaal

Welke berekening kan ik maken met de CasCon module?

De CasCon PremieContraverzekering voorziet in een uitkering bij overlijden van de langstlevende van de verzekerde personen vóór einddatum aan de begunstigden. De verzekering wordt gesloten ter zekerstelling van het in eigen beheer opgebouwde pensioenkapitaal aan de erfgenamen. Wanneer deze verzekering wordt gesloten en de premiebetaling plaatsvindt aan een Pensioenstichting, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van erfbelasting. De CasCon module berekent perfect de benodigde premie en het verloop van de uitkering. De hoogte van de uitkering kent een lineair dalend verloop, eventueel voorafgegaan aan een lineaire stijging. Als verzekeringnemers en begunstigden gelden de kinderen van de verzekerde(n), ieder voor een gelijk deel van de premie.
Categorie: Fiscaal

Is DGA Software Fiscaal proof?

Vanzelfsprekend is de fiscus bekend met de software en berekeningsrapporten van DSG.

Dit wil echter niet zeggen dat alle door u gemaakte pensioenberekeningen als vanzelfsprekend worden geaccepteerd.

Dat geldt overigens voor alle actuariële Pensioensoftware. U bent als adviseur immers verantwoordelijk voor de invoer in het programma.

De default waarden in onze software staan echter zodanig ingesteld dat u fiscaal optimale pensioenberekeningen maakt, zonder de fiscale grenzen te overschrijden. Indien u toch de fiscale grenzen op wilt zoeken, dan is dat uiteraard mogelijk.


Categorie: Fiscaal

Stuur uw vraag

Staat uw vraag er niet bij? Geef deze dan a.u.b. aan ons door!